




Foto's: © Henk Puts
|
Zon en maan (als wakend oog)
Wia van Dijk, 1993
Materiaal: ferrocement, 2 meter hoog
Plaats: plantsoen Surinamestraat, bij het Van Starkenborghkanaal, Groningen
Uit: De Korrespondent, 2008 nr.4, als tweede aflevering van een serie over kunstwerken in de Korrewegwijk, Groningen.
Mijn zoon van zeven kreeg vorig jaar eindelijk een fietsje dat hem paste. Na
veel mislukte pogingen racete hij opeens slingerend weg. Ik rende achter hem aan
de wijk door en dirigeerde hem hijgend naar rustige straten. Hij kwam pas tot
stilstand vlak voor het kanaal, in het plantsoen aan het eind van de
Surinamestraat. Daar stond een beeld dat we nog nooit gezien hadden. Er zat een
rond gat in. Ik liep naar de andere kant, keek door dat raam en vroeg mijn zoon
of hij wist wat het was. “Een beeld,” zei hij. Hij wilde er wel doorheen
kruipen.
“Vind je het niet op zo’n broodje lijken?” vroeg ik, “Zo’n broodje dat ze in het
Frans ‘croissant’ noemen? Een broodje dat een ring vasthoudt?” Croissant
betekent ‘halve maan’, of liever ‘wassende maan’.
“Dat lijkt meer op de zon” zei hij, wijzend op de ring, en racete weer weg.
Pas later kwam ik terug bij het beeld. Ik keek van de ene kant door de ring naar
een schip in het kanaal. Ik keek van de andere kant naar de bomen in het
plantsoen. En ik keek eens goed naar die maansikkel. Hij bestaat uit vijf delen
in vijf verschillende pastelkleuren. Als je die wat helderder zou maken krijg je
rood, violet, blauw, groen en geel: de regenboog. De buitenkant van de maan, de
huid, is veel ruwer dan die van de cirkel, die mijn zoon ‘zon’ had genoemd. Die
zon is iets smaller, waardoor hij als een raam in die maan-muur wordt
vastgehouden. Ik vroeg me af hoe het zou zijn met glas erin.
Op de website waar je alles vindt over beelden op straat, www.kunstopstraat.nl,
vond ik dat het inderdaad om een maan en een zon gaat: Het heet zelfs ‘Zon en
maan’. Het is een beeld van Wia van Dijk. Ze is er al in 1993 aan begonnen en
het staat daar sinds 1994. In de tekst zegt ze dat je de lijnen tussen de vijf
delen kunt zien als de stralen van de zon. Ze heeft zon, maan, zonlicht en ook
‘zien’, met elkaar verweven. Ook las ik op de website dat de zon en de maan
samen een oog vormen. ‘Het oog’, staat hier symbool voor de eeuwige aanwezigheid
van zon en maan. Ik keek nog eens door het zon-oog en besloot de maker op te
zoeken om te vragen hoe ze tot dit beeld gekomen is.
Wia van Dijk nam me mee naar de bovenste van haar twee werkruimtes hier in de
stad. Ze vertelde dat de titel eigenlijk is ‘Zon en maan (als wakend oog)’. Ze
ziet het werk als een oog, een wakend en beschermend oog.
Ze was voordat ze aan het beeld begon ter plekke gaan kijken en had er de
schepen in het van Starkenborghkanaal voorbij zien varen. Water is daar
belangrijk. Zon en maan zijn bakens voor de scheepvaart. Bossen, parken
plantsoenen, water, daar heerst rust en daar wil je in de zon zitten.
Ze moest diep in haar herinnering graven, want na ‘Zon en maan’ is ze heel
andere dingen gaan doen. Ze is vooral veel meer en veel helderder kleuren gaan
gebruiken. Ze liet foto’s zien van fel gekleurde beelden en schilderijen. Ze had
pas een installatie bij het cultureel centrum in Zuidhorn voltooid, met fel
gekleurde ballen op een veld van water, met teksten die kinderen haar hadden
aangereikt. ‘Opborrelende gedachten’ heet het. En voordat ze ‘Zon en maan’
maakte had ze juist alleen met zwart krijt gewerkt.
‘Zon en maan’ was misschien wel haar overgangswerk naar heldere kleuren. Ze
wilde geen felle kleuren gebruiken voor de zon en de maan. Daarom maakte ze de
zon zo bleek geel dat het bijna gebroken wit is. De kleuren zijn hier afgezwakt
om meer in harmonie met de omgeving te zijn.
Het beeld gaat ook over tegenstellingen. Zon en maan wisselen elkaar voortdurend
af. Het gaat over licht en donker, over dag en nacht en ook over open en
gesloten. “De open maan en de gesloten zon?” vroeg ik.
“Nee, natuurlijk niet”, zei ze. Ze wees op de zon met het gat erin, een open zon
dus. Maar ik keek naar de cirkel van de zon, een gesloten cirkel, met de maan er
gedeeltelijk omheen, een open cirkel dus. Zo is wat open is gesloten en wat
gesloten is open.
Ze vertelde hoe ze het gemaakt had: eerst maakte ze een metalen frame. De
verschillende onderdelen werden rondom bekleed met gaas en aan elkaar gelast.
Daarna deed ze er gekleurd ferrocement overheen. Het beeld is dus hol.
Ze had natuurlijk eerst schetsen gemaakt op papier. Daarna maakte ze een model
(zie foto). Foto’s van dat model plakte ze op een foto van het plantsoen om te
laten zien hoe het zou worden. Inmiddels staat het al veertien jaar in de
Surinamestraat. De grond is een beetje verzakt, daar zou wat aan gedaan moeten
worden. De kleur is wat minder geworden. Wellicht wordt dat binnenkort
bijgewerkt.
Toen ik weer thuis was liet ik een foto van het beeld aan mijn dochter van
dertien zien en ik vroeg haar wat ze zag. “Nou”, zei ze, “het lijkt wat op zo’n
islamitische vlag, van Turkije bijvoorbeeld, met een halve maan, en ik zie een
oog, het gaat zeker over een oogje houden op, op hangjongeren? Misschien dat dat
rondje de zon is, dan heeft het te maken met dag en nacht.”
“Omdat de maan groter is wil de maakster misschien dat alles nacht is?” voegde
ze eraan toe.
“Dat klopt niet!” liet Wia van Dijk ons weten. “De maan klampt zich om de zon.
De maan heeft de zon nodig om gezien te worden. De zon verlicht de maan. De zon
is licht, geeft openheid. Door de open vorm werkt de zon in meerdere dimensies
en is daardoor dominanter dan de maan.
Heel belangrijk is voor mij dat ik met deze zon en maan juist het licht wil
laten zien. Dat geldt ook voor al de werken die ik daarna gemaakt heb, waar de
kleur steeds een dominantere rol is gaan innemen. Kleur is een zelfstandig iets
geworden waarmee ik mijn werken juist iets van licht, vrolijkheid,
feestelijkheid mee wil geven. Absoluut geen nacht of donkerheid.”
Henk Puts |